Oefening: buikademhaling in ruglig, zijlig en buiklig
We oefenen de buikademhaling in verschillende houdingen: op je rug, op je zij en op je buik. Zo ontdek je wat voor jou het prettigst werkt.
Veel mensen merken dat buiklig (op je buik liggen) het makkelijkst is. In deze houding is het lastiger om hoog in de borst te ademen, waardoor je adem vanzelf dieper richting je buik gaat.
In ruglig en zijlig kun je goed voelen wat er gebeurt tijdens je ademhaling. Bij een inademing komt je buik zacht omhoog of iets naar voren. Bij het uitademen zakt je buik weer rustig terug. Probeer dit zonder moeite te laten gebeuren, ontspannen en zonder forceren.
In buiklig kan je buik niet naar voren bewegen. In plaats daarvan voel je dat je rug iets omhoog komt bij een inademing. Dat is heel normaal en juist een teken dat je middenrif goed werkt.
Belangrijk:
laat je ademhaling rustig en natuurlijk zijn. Je hoeft niets te forceren, het gaat erom dat je weer leert voelen hoe je lichaam van nature wil ademen.
Not a member yet? Register now
Are you a member? Login now